top of page

Viva Palestina!

Bijgewerkt op: 27 mrt

Toespraak van Jaap Hamburger bij het Rode Lijnprotest bij de PKN op 20 maart.


Beste aanwezigen,

U bent hier gekomen opdat er door uw bestuurderen van de PKN naar u en naar het gemartelde Palestijnse volk ècht geluisterd zal worden. Dat hebt u in koor geroepen in de richting van het gebouw achter mij, waar die bestuurders zich verscholen houden,

Maar, in mijn opvatting dienen die bestuurders daarbinnen in de eerste plaats naar zichzelf beluisteren. De kern van de moraal die zij belijden is immers dat God de mens naar zijn evenbeeld geschapen heeft. Niemand is verheven boven een ander, gelijkwaardigheid tussen de mensen is de hoeksteen van de door God gegeven morele orde. Hoe kan het dan zijn, dat als het ene volk het andere al 80 jaar onderdrukt, vervolgt, verdrijft, vermoordt, hoe kan het dan zijn dat uw leidslieden met benard gezicht en benauwde stem, aandacht vragen voor ‘het lijden aan beide zijden’? Is de PKN elk gevoel voor richting en voor proportionaliteit verloren? Heeft zij het ooit gehad? Zijn er angsthazen benoemd in de leiding van de Protestantse Kerk? Lieden die ‘besturen’ invullen met pappen en nathouden, met ‘enerzijds’, ‘anderzijds’, met ‘naar beide zijden moet geluisterd worden, want er is lijden aan beide zijden’? En die afreizen naar Israël en Palestina om uit eigen aanschouwing te zien hoe de situatie daar is, die hun oor te luisteren heten te leggen, en die u dan bij terugkeer beleren en die, alle aanschouwen en aanhoren ter plaatse ten spijt, nogmaals vertolken, wat zij voor vertrek ook al vonden? 

Een kerkbestuur dat niets geleerd heeft, dat niet durft te bewegen, dat niet durft te kiezen, dat de Moraal die het uitdraagt in een hoekje wegstopt als die Moraal Israël ondubbelzinnig maant te stoppen met het martelen van het Palestijnse volk? Israël, volk noch natie daar zijn heilig, joden zijn niet heilig, alle theologische deliberatieën ten spijt. Alle theologie is een overbodige omweg, die afleidt van de kern, dat God de mens naar zijn evenbeeld geschapen heeft. Die kern kent geen ‘Palestinian exception’. De PKN, uit vrees fouten uit het verleden te herhalen, uit vrees te worden buitengesloten van overleg met de zionistische organisaties, herhaalt fouten uit het verleden, nù jegens het Palestijnse volk. Als die kortzichtigheid, die zelfverblinding niet schandelijk was, zou zij tragisch zijn. 

De lieden die zich rechts van mij verzameld hebben, die zich Christenen noemen, die zich wikkelen in vlaggen van de zich ‘joods' noemende, zionistische schurkenstaat, konden niet verder van u en mij afstaan dan zij doen, al vullen zij ruimtelijk gezien het belendende vak. Hun opvatting van het Christendom is verraad aan de essentie van de Christelijke moraal, hoe luid zij onderling ook roepen en zingen. Van hun aan joden en’Israël’ ongevraagd opgedrongen ‘liefde' gruw ik, als Jood, een ‘liefde' onderweg naar hun mesjoggene eindtijdvisioen, waarin Joden, allen verzameld te Jeruzalem, mogen kiezen: òf zich bekeren tot het Christendom, òf de dood, alles omwille van het bevorderen van de terugkeer van de Messias. En ook hier laat de PKN verstek gaan: kerkbestuur, plaats deze schadelijke sekte en zijn aanhang resoluut buiten de kerkorde. Durf te kiezen, durf te polariseren, in plaats van te willen verbinden totdat de enige verbondenheid die over blijft, die is van los zand, waarop zoals bekend, niets gebouwd kan worden. 

Waar sta ik zelf? Dat is duidelijk: aan de kant van de mensenrechten voor een ieder, dus ook en in de huidige tijd voor alles, voor die van Palestijnen. Waar baseer ik mij op? Niet op de Christelijke moraal. Hoezeer ik die ook respecteer, mij motiveert zij niet. Ik ben geen Christen, ik ben Jood, en ik behoor tot de ongelovigen, ik ben seculier tot op het bot en dat zal ik blijven. Wat motiveert mij wel? Voor mij is duidelijk: ik stel mij de kant voor ogen van de geschiedenis van wat 'het joodse volk' heet. Die geschiedenis hangt niet van louter uitsluiting en vervolging aan elkaar, zoals de algemene opvatting luidt, maar het gehalte daaraan is hoog genoeg om mij te doen beseffen wat een onrecht in alle buitensluiting besloten ligt. Buitensluiting en vervolging maken bovendien pregnant deel uit van mijn familiegeschiedenis; ik ben van 1950, groot geworden in de schaduw van de angst, de vervolging van en de rücksichtslose moord op nauwe en verder verwijderde familieleden en anderen. Die ervaring bepaalt mijn oriëntatie en mijn levenshouding, die ervaring maakt mij tegelijk - en ogenschijnlijk paradoxaal, maar volstrekt logisch-  tot overtuigd anti-zionist. Uit mijn naam, voor mijn heil, Palestijnen vervolgen en vermoorden? Ik doe niet mee, meer, ik zal mij in al mijn nietigheid en zonder enige illusie over mijn invloed, daartegen verklaren en daartegen verzetten. En ik vind u hier aan mijn zijde, en u vindt mij aan uw zijde. 

Dat de kleine steentjes die u hier zojuist naar voren hebt gebracht om de waarde van de menselijke solidariteit te gedenken, dat die steentjes de bouwstenen mogen blijken van een rechtvaardiger toekomst voor allen. 

Viva Palestina!


J. Hamburger, Utrecht, in de schaduw van de zetel van de PKN, in de schaduw bovendien van de vervolging van het Palestijnse volk, dat door de PKN nog steeds en ook nu weer in de kou gelaten wordt.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page