Waar sta je?
- remcovanmulligen
- 27 mrt
- 2 minuten om te lezen
Toespraak van Marcel Barnard bij het Rode Lijnprotest van 20 maart bij de PKN.
Vrienden,
Vandaag sta ik hier,
omdat ik niet mag zwijgen,
nu de verschrikkelijke actualiteit in Israël en Palestina
het profetische in Schrift en geloof blootlegt.
Onrecht roept om woorden. Om actie.
En ik richt mij vandaag in het bijzonder tot jou, collega Kees van Ekris:
scriba van onze kerk.
Je pleit voor dialoog en nuance — en dat is waardevol.
Maar er zijn momenten waarop nuance te laat komt.
Niemand willen kwetsen terwijl een volk te gronde wordt gericht,
is onder omstandigheden niet genoeg.

Vandaag stellen wij een vraag aan de kerk:
Waar sta je in deze geschiedenis van geweld en onrecht?
Niet in theorie.
Niet in algemene woorden over vrede.
Maar hier. Nu.
En laat dit helder zijn:
dit gaat niet over joden.
Niet over joodse mensen hier, of elders.
Ook niet over joden in Israël.
Antisemitisme verwerpen wij
in alle vormen en op alle plaatsen.
Dit gaat over macht.
Over de regering-Netanyahu.
Over staatsmacht en een leger.
Dit gaat over Palestijnse mensen opgejaagd als vee,
steden tot puin geschoten,
ziekenhuizen gebombardeerd,
hulpverleners gedood.
Over kinderen die sterven in de armen van hun moeders,
omdat water en honger als wapen worden ingezet.
Dit gaat over collectieve straf.
Over wraak.
Over onrecht.
Over alles wat strijdt met het internationaal recht.
Wanneer de kerk alleen een gespreksruimte wordt,
verliest zij haar profetische stem.
Ze wordt moderator van debat, niet getuige van waarheid.
De kerk vervult haar roeping niet
door eindeloos alle standpunten naast elkaar te leggen.
Wat de wereld nodig heeft is een kerk die durft te zeggen:
Dit is onrecht.
Dit mag niet zo blijven.
De Bijbel kent dit moment.
Als de profeet Amos vandaag zou spreken,
zou hij niet eerst alle perspectieven wegen.
Hij zou kijken naar verwoeste steden en gebroken lichamen
en zeggen: Laat liever het recht stromen als water,
en de gerechtigheid als een altijd voortvloeiende beek. [Amos 5:24]
Als Jeremia vandaag zou spreken,
zou hij de puinhopen zien
en zeggen: Wee wie zijn huis op onrechtvaardigheid bouwt,
wie de bovenvertrekken met onrecht schraagt. [Jeremia 22:13]
En het evangelie —
dat is nooit comfortabel geweest.
Jezus werd niet gekruisigd
omdat hij nuance bracht in een moeilijk gesprek.
Hij werd gekruisigd
omdat hij een koninkrijk verkondigde
waarin machtigen niet boven de wet staan
en de laatsten de eersten worden.
Dat koninkrijk is niet voltooid.
Maar het is wel begonnen.
En wij — de kerk,
wij zijn geroepen om er tekenen van te zijn.
Niet later. Niet ergens anders.
Hier. Nu. In deze veertig dagen.
Wij zijn die kerk.
En ik weet hoe moeilijk het is om te spreken.
Maar stel je een kerk voor die dat toch doet:
die niet zwijgt,
die niet wegkijkt,
maar recht doet — zichtbaar en concreet.
Een kerk die bidt om vrede
en onrecht bij naam noemt.
Die spreekt over gerechtigheid
en haar ook zoekt — in woorden en daden.
We moeten spreken.
Niet omdat het gemakkelijk is.
Niet omdat het populair is.
Maar omdat zwijgen medeplichtigheid wordt.
Spreek je uit.
Noem onrecht bij naam.
En verbind daar consequenties aan.
Wees niet bang.
Wees trouw.
Wees profetisch.
Sta op.
Doe recht.
Luister echt.



Opmerkingen